Christiaanhof Transvaal: de kunst van het ontmoeten

Gistermiddag was ik in de ontmoetingsruimte van Christaanhof aan de La Reyweg in Transvaal. Niet voor niets hebben de vrijwilligers er recent de Gouden Wortel gewonnen, een prijs om goede initiatieven om mensen vitaal te houden, te belonen. Op de laatste middag van dit seizoen is het volle bak. Mensen die spelletjes spelen, de laatste bladen doornemen, kaarten of gezellig een bakkie doen. De eenzaamheid – die er voor sommige aanwezigen tot voorkort was – is niet meer.

Ontmoeting. Hoe belangrijk is dat wel niet? Na een periode van flinke bezuinigingen tot 2014 is er veel van wat er was verdwenen, na het sluiten van verschillende buurthuizen. Voor een deel was dat nodig: want accommodaties die niet goed bezet zijn moet je niet koste wat kost in leven willen houden. Tegelijkertijd is de gemeente gaan denken: mensen moeten dit soort zaken vooral zelf kunnen runnen.

Hier zitten twee kanten aan. Natuurlijk is het zo dat initiatieven die vanuit buurten, wijken en gemeenschappen zelf komen, krachtiger zijn dan de activiteiten die ‘van bovenaf’ door welzijn of overheid worden bedacht. Met een subsidie of plan ben je er niet. Maar het omgekeerde is ook niet waar: als er geen geld is om initiatieven te ondersteunen en we het volledig over laten aan de mensen zelf dan ontstaat er niet veel. En zeker niet op de plekken waar de eenzaamheid groot en de verbondenheid tussen mensen kleiner. De eenzaamheidsproblemen in Den Haag zijn te groot om het ‘ontmoeten’ aan het toeval over te laten.

In Transvaal zijn twee belangrijke succesfactoren. De eerste is dat er in Hans en Hennie Steenwijk twee initiatiefnemers zijn die er samen met tal van vrijwilligers keihard aan trekken. Zij zijn in staat geweest met een aantal mensen uit de wijk die al lang actief zijn echt structuur in de ontmoetingsruimte en de activiteiten te krijgen. Het tweede is dat er een accommodatie is. In dit geval stelt Staedion de ruimte beschikbaar, maar het is tijdelijk. Met fonds 1818 erbij houdt men het steeds weer even vol. Maar er komt een moment – dit is niet voor niets al de zoveelste plek – dat het ook hier ophoudt. Daar moet de gemeente er zijn. Ja, door ook te verlangen dat de ruimte goed gevuld wordt en gebruikt. Ook als de ouderen er niet zijn. Maar ook, door de garantie te geven, dat de mensen die hier zo van opfleuren niet aan het eind van het jaar weer moeten verkassen. Want dan blijf je samenlevingbouwen, maar wordt het een gebed zonder end.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *